Den 18 September 1572.

‘Men laet van s Conincx ons Aldergenadichsten Heere wegen gebieden allen den Ingesetenen van de Grietenyen van Menaldumadeel ende Franekeradeel, dat zy man by man van stonden aen, deesen vercundicht zynde, erschynen mit schuppen, leppen ende andere gereedschap dienende tot grauen [‘u’=’v’; dus: graven, etc.], tot binnen Berlicum by zyne Mayesteyts Souldaten, omme aldaer te arbeyden, zulcx als hen by den gheenen, daer toe last hebbende [door de verantwoordelijken], beuolen sal worden; brengende ende toeuoerende aldaer mede alderleye prouande [proviand] van broot, butter, kees, speck ende vleesch, ende diergelycke, oock dranck, t welck men hen voor een redelycken pryse sal affcoopen, by peene [op straffe van], die van t gheene voorschreuen [hiervoor geschrevene] is blyft in gebreecke, dat men hen van huys, schuyre ende hoff zonder eenyghe genaede zal verbranden, ende daer en bouen voor Vyandt geacht, ende voorts als toegedane van de Rebellen van zyne Mayesteyt gehouden, ende ouer zulcx gestraft zal worden; een yder secht elcx ander voort, ende wacht hem voor schaede.
t Orconde s Conincx secreet signet [geheim, beschermd zegel] hier onder op gedruckt den achtyenden Septembris 1572.
                         (onder stondt)
Die principale [origineel] van deesen, in pampyr geschreuen zynde, was beuesticht mit des Conincx secreet signet, daer onder op gedruct doer pampyr in rooden wasse.
                         (ende geteeckent)
P. Eemskerck.’
Uit het 2de Placaat-Boek fol. 194, berustende in de Griffie ’s Hofs van Vriesland terug

v00.01 © Herre van Dokkumburg zo 10-01-2016