‘grús’ betekent ‘(grof) zand’

‘Het Oudfriese grū(t)s

Het element *grūs- of *grūt komt niet veel in wateraanduidingen voor. Buiten Friesland hebben we het, behalve in samenstellingen, niet aangetroffen. Als betekenis lijkt ‘zand’ het meest in aanmerking te komen.’ Gildemacher 1993, p. 279
Na een uitvoerige bespreking concludeert de aangehaalde auteur: ‘We dienen derhalve van de grondvorm *grūs uit te gaan. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij [het Nieuwfries] grús [= gruis; grúskes = kandij(suiker)] (…)’  (p. 280)
De auteur vervolgt met: ‘In Nederland kwam wisseling van de vormen gries en griet ‘grof zand’ voor (…). De /ie/ wordt (…) als een bijvorm van de /ui/ beschouwd. Wij vinden dan ook gruis, in verschillende spellingen (…) en gruit in een vergelijkbare betekenis.’  (p. 280)

Concluderend: ‘De volgende namen zullen dan ook gemotiveerd zijn door het in relatie tot de omgeving zandiger zijn van de bodem of de oevers (…)’  (p. 281)
Daarna volgen besprekingen van de ‘Grúts’ in Kollumerland c.a. (p. 281) en de ‘Grúsert’ in Berltsum in Menameradiel (p. 282).

… meer over de Grúsert
… reageren? via het contactbericht onderwerp: ‘grús

v00.02 © Herre van Dokkumburg – za 09-01-2016